Joost Halbertsma – een “uitmiddelpuntige” Fries

Jan Buruma Pamflet, jaargang VIII, No. VII, uitgegeven te Franeker, den 13. October 2019

(Drieluik over Halbertsma, deel I)

Op 12 oktober 2019 gaf dr. Alpita de Jong een boeiende lezing over Joost Halbertsma (1789-1869), bij de jaarvergadering van de Friese Vereniging in Bodegraven. Halbertsma was één van de leidende figuren in de Friese beweging in de 19e nieuw. De wetenschapster, die Halbertsma al 20 jaar bestudeert, gaf in de titel van haar lezing aan dat de Friese schrijver, lexicograaf, antropoloog, verzamelaar en reiziger letterlijk en figuurlijk over de Friese grenzen keek: Met Halbertsma de wereld in.  De Jong noemt Halbertsma in haar biografie met Umberto Eco-achtige omvang een “uitmiddelpuntig” man.  Marten Toonder zou het verzonnen kunnen hebben.

Grou

“De Halbertsma’s fan Grou” of “de broers Halbertsma”, het zijn stevige begrippen in de Friese culturele wereld. Het huidige watersportdorp in het midden van Friesland was in de 19e eeuw een vooraanstaand en welvarend dorp, mede omdat de mondiale economie veel meer op transport per water was gericht dan de 21e eeuw.

Handel

Vader Hidde en moeder Sieuwkje hadden drie zonen – Joost, Eeltsje en Tsjalling. Joost is verreweg de bekendste. De Halbertsma’s waren een vooraanstaand geslacht van lokale zakenmensen, die handel drijven en liefdadigheid combineerden. De fabriek van de Halbertsma’s, voor onder meer houtbewerking, was lange tijd de economische peiler voor de dorpseconomie.

Seminarium

Halbertsma vertrok in 1806 naar Amsterdam om aan het seminarium te studeren. Hij wilde geen dopers predikant worden, maar moeders wil was wet. De reis over de Zuiderzee per boot was een avontuur op zichzelf. In de Nederlandse hoofdstad trof Halbertsma een andere, multiculturele wereld, waar zijn Friese boersheid weinig werd gewaardeerd. Hij paste zich niet aan, zoals van buitenstaanders werd verwacht, maar vond juist dat Amsterdammers er goed aan zouden doen Fries te leren.

Bolsward

Halbertsma werd predikant in Bolsward, Hij voelde zich thuis in de Friese stad, waar handelslieden van vele nationaliteiten diverse talen en dialecten spraken. Later werd hij benoemd tot dominee in Deventer, Dat kwam hem goed uit, hij had een gezin en kon in die stad veel meer verdienen.

Homo universalis

Hoewel dominee van professie, lag zijn hart als homo universalis bij talen, volkeren en culturen. Hij schreef daar veel over in zijn ”pamfletten” en ging als predikant naar de bioscoop en de kermis. Dat laatste was destijds als dominee not done. Halbertsma hield ervan om in gedrag en teksten de mensen te plagen. Het was zijn manier om de maatschappelijke en literaire dwang te ontwijken. Niet iedereen begreep zijn ironie, hij riep weerstand op. Zijn pamfletten stuurde hij naar iedereen in binnen- en buitenland die volgens hem behoefte had aan zijn boodschap. Zo bouwde hij een 19e eeuwse kring op van wetenschappers, schrijvers en intellectuelen, onder meer Bilderdijk, Thorbecke en Grimm.

Engeland

Hij beperkte zich niet tot Deventer, Hij maakte vele reizen, onder meer naar Engeland, dat destijds de toon aangaf, en maakte op latere leeftijd een Grand Tour naar Italië. Hij vond dat Friesland niet lijdzaam moest toezien onder de Hollandse dominantie, maar de blik moest richten op Engeland, dat met stoommachines en de eerste treinen en spoorwegen de vooruitgang omarmde. Zijn verzameling van attributen werd na zijn overlijden de basis voor het huidige Fries Museum. Typerend voor zijn instelling als homo universalis was dat hij heel precies voor ogen had hoe bijvoorbeeld vitrines eruit moesten zien, en hoe ze moesten worden ingericht.

Pamfletten

De “pamfletten” over de Friese cultuur werden de basis is voor De lapekoer van Gabe Skroar ,dat in 1822 verscheen,. de voorloper voor het magnus opum Rimen en teltsjes. De eerste druk verscheen in 1871, in 2012 was de 12e druk.

De visie van professor Von Falckensteyn

‘Deezen man gevalt mij zeer wel, met zijn breedgeschakeerde visie almede een ruime blik. Zijn leven en werk getuigen van een ongewoon wetenschappelijk niveau, en met bewonderenswaardige contacten buiten den landsgrenzen. Hij vermocht dat alles te doen in een tijdperk, waarin ik gaarne zou hebben verkeerd.’

 

.